8. Reflectie

Wat is dit?

Goede leerders hebben in hun onderwijsloopbaan geleerd hoe zij moeten leren. Ze stellen zichzelf constant vragen: hoe pak ik deze taak aan, wat heb ik nodig, heb ik een goed resultaat behaald en wat doe ik de volgende keer eventueel anders? Hoe vaker je jezelf deze vragen stelt, des te automatischer verloopt dit proces. We denken dat het stellen van deze leervragen aan jezelf je leerprestaties kan verbeteren. Na een lesactiviteit of na een les moet de cursist hierbij in staat worden gesteld om na te denken over wat hij heeft gedaan en hoe dat is verlopen.

Wat betekent dit voor de cursist en het onderwijs?

Als cursisten van huis uit geen goede leerders zijn, moeten zij dit denkproces onder de knie proberen te krijgen. De docent vervult hierin een zeer belangrijke rol. Door voor te doen welke vragen je jezelf als leerder stelt kunnen cursisten dit gedrag kopiƫren. Bij analfabeten en laagopgeleide cursisten is dit een zaak van de lange adem.

Hoe wordt deze succesfactor gemeten?

De onderzoeker observeert tijdens de les hoe deze succesfactor wordt toegepast. We kijken of er wordt teruggekeken op de les en het lesplan (wat hebben we gedaan?). Maar dat is niet genoeg voor reflectie: we bekijken ook of er daarna verdiepende vragen aan de cursisten worden gesteld: wat heb je geleerd? Wat was nieuw? Wat ging er goed bij je, en wat moet je nog vaker oefenen? Dit kan een cursist individueel bedenken of met de groep bespreken.