7. Taalcontact

Wat is dit?

Als aan taalleerders gevraagd wordt waarvan ze nu het meeste hebben geleerd, dan komt het contact met moedertaalsprekers op de eerste plaats. Ook docenten zijn ervan overtuigd dat taalcontact één van de sleutels tot succes is. We nemen daarom aan dat een aanpak waarbij een de docent een duidelijke relatie legt tussen het leren in de klas en het spreken met moedertaalsprekers, het best bijdraagt aan leersucces.

Wat betekent dit voor de cursist en het onderwijs?

In een groep met een zeer sterke implementatie van taalcontact zullen de cursisten in en buiten de les veel taalcontact hebben. In de les worden zij gestimuleerd om Nederlands met elkaar te spreken. De activiteiten buiten de les vormen een logisch onderdeel van het leerplan: cursisten krijgen systematisch de opdracht om buiten de school te lezen, te luisteren, te spreken of te schrijven. Deze opdrachten worden direct besproken in de les met de docent. Daarnaast heeft de taalaanbieder in het traject ook systematisch taalcontact ingebouwd: door sprekers uit te nodigen, op excursie te gaan, taalmaatjes te zoeken of een praktijkcomponent in te bouwen. Ook hierbij is er een goede afstemming met de inburgeringslessen.

Hoe wordt deze succesfactor gemeten?

De onderzoeker kan een klein gedeelte van deze succesfactor in de les observeren. Voor het andere gedeelte bevraagt hij de coördinator en de cursisten. Daarbij probeert hij antwoord te krijgen op de vraag in welke mate cursisten opdrachten krijgen om buiten de school een taaltaak te doen en in welke mate de taalaanbieder taalstages en praktijkcomponenten organiseert.