5. Intensiteit & trajectduur

Wat is dit?

Wat is de optimale lengte van een taaltraject? Hoe vaak moet een cursist daarbij naar school gaan? Op deze vragen is geen eenduidig antwoord  te geven, blijkt uit internationaal onderzoek. Het zou kunnen dat intensieve cursussen meer rendement hebben. Er zijn ook aanwijzingen dat contact met moedertaalsprekers een belangrijke bijdrage levert aan taalleren – dat zou er voor pleiten om cursisten veel buitenschoolse opdrachten te geven. In elk geval moet er in het traject genoeg tijd zijn om met de cursisten taaltaken te herhalen, te oefenen en op verschillende manieren in te slijpen. De trajectduur moet daar zeker toereikend voor zijn.

Wat betekent dit voor de cursist en het onderwijs?

In een ideale situatie heeft de cursist genoeg uren om alle leerstof tot zich te nemen. Ook kan hij individueel of met de groep regelmatig oudere thema’s herhalen, om zo de taalhandelingen goed in te prenten.

Hoe wordt deze succesfactor gemeten?

Met zo’n groot onderzoek als het onderzoek in de proeftuinen is het interessant om te kijken of er voor het inburgeringsonderwijs wel een uitspraak gedaan kan worden over de trajectduur voor de verschillende groepen cursisten. Daarom vraagt de onderzoeker nauwkeurig na bij de coördinator hoe de trajecten zijn samengesteld en hoeveel uren de cursisten leren: in de les, begeleid buiten de les, onbegeleid buiten de les. Zo hopen we een uitspraak te kunnen doen over deze succesfactor.