2. Maatwerk

Wat is dit?

Analfabeten, laagopgeleiden, hoogopgeleiden – de groep inburgeraars is niet homogeen. Daarom is het belangrijk om trajecten toe te spitsen op de wensen en behoeften van verschillende typen inburgeraars. Van trajecten waarbij dit gestalte krijgt, mag meer rendement worden verwacht dan van trajecten waarin dit niet of minder goed gebeurt.

Wat betekent dit voor de cursist en het onderwijs?

Als een taalaanbieder de succesfactor ‘maatwerk’ intensief toepast, dan merkt de cursist hier al iets van tijdens zijn intakegesprek. De intaker stelt vragen om erachter te komen welk leerprofiel een cursist het beste past, wat zijn onderwijsachtergrond is en wat de doelen van de cursist zijn. Deze uitstroomdoelen worden dan vertrekpunt van het traject en elk deel van het traject heeft duidelijke samenhang met deze doelen.

Hoe wordt deze succesfactor gemeten?

De onderzoeker meet deze succesfactor op twee manieren. In een gesprek met de coördinator stelt hij vast hoe de taalaanbieder de groepen samenstelt. Wordt hierbij rekening gehouden met bijvoorbeeld het uitstroomdoel, leerbaarheid of taalachtergrond? Daarnaast observeert de onderzoeker in welke mate er in de les maatwerk wordt geleverd: in welke mate sluit het lesmateriaal aan bij het niveau van de individuele cursist en hoe houdt de docent rekening met niveauverschillen?